Wedstrijdreglement

Artikel 1          Competitie

  1. In het tijdvak 1 september t/m mei in het jaar daaropvolgend worden er vier competitieronden voor paren gespeeld.
  2. Elke ronde omvat in principe zeven zittingen, incidenteel kunnen dat er 6 of 8 zijn.

Artikel 2          Indeling van paren

  1. Er wordt gespeeld in drie lijnen: naar afnemende sterkte in de lijnen A (geel), B (blauw)en C (rood).
  2. De paren worden bij voorkeur gelijkmatig over de drie lijnen verdeeld.
  3. In principe speelt een bridgepaar in één ronde steeds in dezelfde lijn.
  4. Bij de aanvang van de competitie wordt de indeling van paren in de lijnen vastgesteld op basis van de resultaten in de daaraan voorafgaande competitieronde.
  5. Nieuwe leden worden geplaatst in lijn C, tenzij naar het oordeel van de competitieleider daarvan kan worden afgeweken.
    De competitieleider beslist ook over de plaatsing bij het ontstaan van nieuwe paren onder bestaande leden.
  6. Tijdens een competitiezitting worden paren met invallers en combiparen als volgt ingedeeld:
    • spelen beide spelers normaliter in dezelfde lijn, dan wordt ook in die lijn gespeeld;
    •  bestaat het gelegenheidspaar uit spelers die één klasse verschillen, dan wordt het paar ingedeeld in de lijn waarin de  hoogst geklasseerde speler normaliter uitkomt;
    •  bestaat het gelegenheidspaar uit spelers die twee klassen verschillen, dan wordt het paar ingedeeld in de tussenliggende lijn;
    •  wanneer een invaller niet als lid bij de Bridge-Instuif Rhenen is geregistreerd, wordt het paar ingedeeld in de lijn waar het geregistreerde paar normaliter ook speelt.
      Indien de invaller een duidelijke versterking betekent, wordt het paar in de naastliggende hogere lijn ingedeeld.

Artikel 3         Scoreberekening

  1. Voor de competitie tellen alle in een ronde gespeelde zittingen mee. De eindscore (in procenten) is het gewogen gemiddelde van alle gespeelde competitiezittingen.
    Het gewogen gemiddelde wijkt enigszins af van het rekenkundig gemiddelde, indien een afwijkend aantal spellen is gespeeld.
  2. Uitslagen die behaald zijn met een invaller/combipaar tellen volledig mee in de competitie.
  3. Heeft men niet alle zittingen gespeeld, dan krijgt men voor de ontbrekende scores het gemiddelde over alle gespeelde zittingen met dien verstande dat:
    • voor de eerst ontbrekende zitting een maximum geldt van 55%;
    •  voor de tweede ontbrekende zitting een maximum van geldt van 50%;
    •  voor elke volgende ontbrekende zitting een maximum geldt van 45%.

    Voor de berekening van deze gemiddelden gelden alle uitslagen die het paar heeft behaald, dus ook de uitslagen die behaald zijn met een invaller/combipaar.

  4. Wanneer een speler tijdens een zitting met wisselende partners speelt, geldt:
    •  een maximumscore van 60% met partners uit een hogere lijn;
    •  een minimumscore van 45% met partners uit een lagere lijn.
  5. Soms kan het nodig zijn dat de wedstrijdleiding een paar op een bepaalde wedstrijddag in een hogere of lagere lijn plaatst.
    Daarbij geldt, dat wanneer men in een hogere lijn speelt de minimale score 50% bedraagt en wanneer men in een lagere lijn speelt de maximale score 60% bedraagt.

Artikel 4          Gang van zaken tijdens een zitting

  1. Per middag worden vijf ronden van vier spellen gespeeld. Voor elke spelronde is ca 35 minuten beschikbaar.
  2. De wedstrijden beginnen om 13.45 u. Men dient minstens 10 minuten van te voren aanwezig te zijn.
  3. Als men geen partner heeft kan men zich tot uiterlijk 10.00 uur op de wedstrijddag melden bij het spelersmeldpunt.
  4. Als iemand zonder partner op de wedstrijddag verschijnt is dat op eigen risico. Men kan dan alleen meedoen als zich  alsnog een partner meldt.
  5. Voor aanvang van elke spelronde dienen beide paren te controleren of de juiste spellen op tafel liggen, de juiste paren  aan tafel zitten en de paren in de goede richting zitten.
  6. Na elk spel noteert de noord-speler de score, die door de oost-speler wordt gecontroleerd.
  7. Bij het onjuist invullen van de score of bij het spelen van een verkeerd bord kan een arbitrale score worden toegekend.
  8. Men mag niet van tafel wisselen alvorens van de zijde van de wedstrijdleiding daartoe het signaal is gegeven. Men wordt verzocht bij het verlaten van de zaal zo weinig mogelijk storing te veroorzaken. Bij ernstige spelverstoring of onsportief gedrag kan de wedstrijdleiding passende maatregelen nemen.

Artikel 5          Spelregels

  1. Er wordt gespeeld volgens de “Internationale spelregels voor wedstrijdbridge 2007”, zoals die ook worden gehanteerd door de Nederlandse Bridge Bond,
    voor zover daar door de wedstrijdleiding niet van wordt afgeweken.
  2. Een systeemkaart is niet verplicht. Indien men echter gebruik maakt van biedafspraken waarvan het waarschijnlijk is, dat  de tegenpartij er zonder waarschuwing een andere betekenis aan toekent, dan is men verplicht deze te alerteren volgens de Alerteerregeling 2009 van de Nederlandse Bridge Bond.
  3. Psychologische biedingen (een bieding die opzettelijk een grove misleiding betreffende honneurskracht of lengte in een kleur beoogt) zijn in de eerste ronde NIET toegestaan.

Artikel 6          Arbitrage

  1. Wanneer zich tijdens het bieden of spelen aan een tafel onjuistheden of vermeende onjuistheden voordoen moet de arbiter  worden geraadpleegd. De uitspraak van de arbiter is daarbij bindend.

Artikel 7          Uitslagen en standen

  1. Na het einde van een zitting worden de uitslagen mondeling meegedeeld, behoudens bij storingen in de uitreken- en computerapparatuur.
    Daarnaast worden de uitslagen en indien van toepassing de competitiestand en de slemstand op de eerstvolgende wedstrijddag bekendgemaakt
    via een lijst op het publicatiebord in de speelzaal.
  2. De uitslagen en standen worden bovendien zo spoedig mogelijk gepubliceerd op de website.
  3. Elk paar krijgt op de wedstrijdmiddag een persoonlijke uitdraai van de gespeelde spellen.
  4. Protest tegen een uitslag is mogelijk tot ca. 10 minuten na het voorlezen van de uitslag op de wedstrijdmiddag.

Artikel 8          Slemcompetitie

  1. Gedurende de competitie wordt een slemstand bijgehouden.
  2. Alleen slembiedingen gedaan tijdens competitiezittingen tellen mee voor de eindstand.
  3. De eindstand wordt opgemaakt nadat alle vier competitieronden zijn verspeeld.
  4. Voor een geboden en gemaakt klein slem krijgt men voor een contract in een kleur 2 punten en voor een contract in SA  3 punten.
    Voor een geboden en gemaakt groot slem krijgt men voor een contract in een kleur 5 punten en voor een  contract in SA 6 punten.

Artikel 9          Promotie en degradatie

  1. Aan het einde van elke competitieronde geldt de volgende promotie/ degradatie-regeling:
    • Uit lijn A degraderen de vier laagst geplaatste paren naar lijn B. In lijn B promoveren de vier hoogst geplaatste paren naar lijn A, terwijl de vier laagst geplaatste paren degraderen naar lijn C. In lijn C promoveren de vier hoogst geplaatste paren naar lijn B. Een paar mag alleen van promotie afzien op grond van medische bezwaren.
    •  Indien het totaal aantal paren dat aan de competitie deelneemt minder is dan 42, dus lager is dan gemiddeld 14 paren per  lijn, promoveren en degraderen niet vier maar drie paren per lijn.
    •  Indien het totaal aantal paren dat aan de competitie deelneemt minder is dan 33, dus lager is dan gemiddeld 11 paren per lijn, wordt overgegaan naar een indeling in twee lijnen.
  2. De competitieleider is bevoegd van deze regel af te wijken om een gelijkmatige verdeling van de paren over de lijnen te realiseren.
  3. Indien een paar geen gebruik maakt van het promotierecht dan komt het eerstvolgende paar op de ranglijst voor promotie in aanmerking.
  4. Wanneer meerdere paren aan het eind van een competitieronde een zelfde gemiddeld percentage hebben, wordt het paar dat aan de meeste zittingen heeft deelgenomen als hoogste geplaatst.
    Bij een gelijk gemiddeld percentage en een gelijk  aantal gespeelde zittingen promoveren of degraderen beide paren indien de plaats op de ranglijst daartoe aanleiding geeft.
  5. Een paar dat in de originele samenstelling aan slechts één of geen enkele zitting heeft deelgenomen, wordt niet in de eindrangschikking opgenomen
    (het paar degradeert dan ook niet).
  6. Om na afloop van een competitieronde voor promotie en/of kampioen in aanmerking te komen, moet een paar evenwel  minimaal drie maal in de aangemelde samenstelling hebben gespeeld.

Artikel 10        Clubkampioenschap

  1. Het clubkampioenschap wordt bepaald over 4 competitieronden. In elke ronde scoren de eerste 10 paren in de A-lijn punten, waarbij de nummer één in elke ronde een bonuspunt krijgt. Voorwaarde voor een score is, dat het paar minimaal drie keer in  de originele samenstelling moet hebben gespeeld. De telling per competitieronde is aldus: de nummer één krijgt 11 punten,  de nummer twee 9, de nummer drie 8, enz. Het paar, dat aan het eind van de competitie na vier ronden de meeste punten  heeft vergaard, is kampioen. Bij gelijk puntenaantal wordt het paar kampioen, dat de meeste keren in de originele samenstelling heeft gespeeld.

Artikel 11        Aanvullende bepalingen

  1. Indien men het niet eens is met een beslissing dan kan men dit kenbaar maken aan de voorzitter van het bestuur die dan na raadpleging van het bestuur een beslissing neemt. Dit geldt echter niet voor een arbitrale beslissing tijdens een zitting.
  2. In situaties waarin dit reglement niet voorziet beslist de wedstrijdleiding.
  3. Dit reglement geldt vanaf 16 november 2016.